Damiaancentrum

Ontdek meer
{{distance}} {{unit}}
vanaf jouw locatie

In 1920 woedde een hevige brand in Grave: de Damianusstichting, het klein seminarie van de paters van de Heilige Harten, ging in vlammen op. De congregatie kocht een lap grond in de hei in Sint-Oedenrode en er werd een flink nieuw seminarie neergezet. Drie vleugels verrezen, drie verdiepingen hoog, met een geraamte van beton –de toen erg moderne betonskeletbouw- en afgewerkt met bakstenen. De gangen aan de binnenzijde waren voorzien van prachtige glas-in-loodramen en alle kozijnen waren van ijzer: een brand als in Grave moest natuurlijk worden voorkomen! Het voorste gedeelte, met de hoofdingang, was het klooster voor de paters, klas- en studielokalen voor de jongens bevonden zich in de achterste vleugel en het verbindende stuk bevatte de voorzieningen: eetzalen (“refters”), keuken, kapel, bibliotheek. Op de bovenste verdieping waren de slaapzalen met cellen voor de studenten, de slaapkamers voor de paters en broeders.…

In 1920 woedde een hevige brand in Grave: de Damianusstichting, het klein seminarie van de paters van de Heilige Harten, ging in vlammen op. De congregatie kocht een lap grond in de hei in Sint-Oedenrode en er werd een flink nieuw seminarie neergezet. Drie vleugels verrezen, drie verdiepingen hoog, met een geraamte van beton –de toen erg moderne betonskeletbouw- en afgewerkt met bakstenen. De gangen aan de binnenzijde waren voorzien van prachtige glas-in-loodramen en alle kozijnen waren van ijzer: een brand als in Grave moest natuurlijk worden voorkomen! Het voorste gedeelte, met de hoofdingang, was het klooster voor de paters, klas- en studielokalen voor de jongens bevonden zich in de achterste vleugel en het verbindende stuk bevatte de voorzieningen: eetzalen (“refters”), keuken, kapel, bibliotheek. Op de bovenste verdieping waren de slaapzalen met cellen voor de studenten, de slaapkamers voor de paters en broeders.

Maar het gebouw was nog niet af. In 1933 werd, om de zaak ‘rond’ te maken, begonnen met de vierde vleugel. Die kende maar twee verdiepingen: een ruime kapel en daaronder de in de grond verzonken toneelzaal. Architect Simon Switsar ontwierp in de onmiskenbare stijl van zijn tijd: klassicistisch met neo-romaanse en art-deco elementen, de “Delftse school” dus. Het Van Abbemuseum in Eindhoven en het Rotterdamse Boymans Van Beuningen zijn in dezelfde stijl gebouwd. Met deze religieuze en culture toevoeging was het gebouw af.

In 1943 vorderden de Duitsers het pand en een jaar later moesten de Amerikanen erg vaak schieten, voor ze het gebouw met de strategisch belangrijke toren in bezit hadden. Enorme schade was aangericht, die binnenshuis nog verergerd werd door de inkwartiering van Engelse soldaten. Om zand te hebben voor de restauratie en het herstel van de paden is in 1946 de vijver gegraven. In 1947 was het klooster in zoverre gerepareerd, dat paters en studenten er feestelijk konden terugkeren.

Zoals alle klein-seminaries beleefde ook het Damiaancollege in de jaren vijftig een glorietijd als het gaat om aantallen studenten. Er werd zelfs gesproken over uitbreiding. Maar al in het begin van de jaren zestig werd de ommekeer duidelijk: onrust en omwenteling op allerlei gebied, zowel maatschappelijk als in de kerk. Steeds minder jongens voelden zich ‘geroepen’ en nadat het schoolgedeelte in 1964 al overgeheveld was naar het gymnasium in Heeswijk, moest in 1971 het seminarie worden opgeheven bij gebrek aan studenten.

Op 1 oktober 1971 opende stichting “De Roder Heyde” in het gebouw een revalidatiecentrum voor zo'n 40 verslavingspatiënten. Toen ging het enkel om alcoholverslaafden, maar in de loop der jaren werd de vraag naar verzorging voor ook andere verslaafden groter. Het klooster werd grondig verbouwd en van meer moderne gemakken voorzien, de aula werd een sportzaal en de kapel opslagruimte. Als in 1993 allerlei verslaafdenzorginstellingen fuseren tot stichting Roder Heyde, moeten extra woonunits worden geplaatst in de binnentuin en op het terrein achter het gebouw. In 1997 komen alle ‘drugsklinieken’ in de regio onder de naam Novadic te vallen en Novadic wil uitbreiding en verbouwing van het vroegere klooster. Maar de gemeente wil er een rijksmonument van maken.

Na enig getouwtrek besluit Novadic om een nieuw pand in Vught te gaan bouwen. Samen met het west-brabantse Kentron wordt in 2004 een nieuwe kliniek neergezet, die in 2007 en 2008 wordt betrokken door de cliënten uit Sint-Oedenrode. Maar de verkoop van het inmiddels rijksmonument geworden gebouw wil niet lukken. Novadic-Kentron besluit tot een rigoureuze verbouwing, die ruimte moet bieden voor de opvang van jeugdige verslaafden. En als binnenkort het stof is opgetrokken, zullen een 45-tal jonge mensen opnieuw leren leven in een gebouw, dat enerzijds nog de authentieke kenmerken van het klooster draagt, en anderzijds een moderne kliniek is geworden.

In de buurt

Toon resultaten